Als je mantelzorger bent, is je auto vaak het gereedschap waarmee het zorgen mogelijk wordt. Naar je moeder voor de boodschappen, met je vader naar het ziekenhuis, een late rit omdat er iets mis is. Tegelijk kost een auto geld, ook als je hem steeds meer voor een ander dan voor jezelf gebruikt. Dan komt de vraag op of je hem moet houden, of dat het anders kan.
Hieronder staat hoe je dat voor jezelf op een rij zet, wat er via de gemeente mogelijk is en hoe je de kosten eerlijk kunt delen.
Kijk eerst hoeveel de zorg van je auto vraagt
Begin met feiten. Houd een tijd bij welke ritten je voor je ouder of naaste maakt. Hoeveel kilometer, hoe vaak, op welke tijden, en of je ze ook anders had kunnen doen. Een app of een schriftje in het handschoenenkastje is genoeg.
Vaak blijkt dat een paar ritten bepalend zijn. De wekelijkse boodschappen, de vaste afspraak bij het ziekenhuis of de huisarts, een bezoek aan iemand die ver weg woont. Die ritten zijn lastig te vervangen, de rest vaak minder.
Daarna zet je er de kosten naast. Wat kost de auto per maand aan verzekering, belasting, onderhoud en brandstof? De rekenhulp voor maandkosten laat dat zien. Zo kun je zien of de auto voor jou nog past, of dat hij vooral zorgritten dient die ook anders kunnen.
Wat er via de gemeente kan
Voor veel mensen die zorg nodig hebben, regelt de gemeente vervoer. Dat valt vaak onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wmo. Gemeenten kennen verschillende vormen, zoals aangepast vervoer of een regeling voor deur-tot-deur-ritten. Wat er beschikbaar is en voor wie, verschilt per gemeente. Op de site van de Rijksoverheid lees je hoe de Wmo werkt, en je gemeente vertelt wat er bij jou in de buurt geregeld is.
Dit kan een groot deel van de zorgritten overnemen. Zeker voor vaste afspraken, zoals dagbesteding of bezoek aan een zorginstelling, is zo’n regeling vaak handig. Jij hoeft dan niet elke keer zelf te rijden, en je ouder of naaste behoudt een stuk zelfstandigheid.
Vraag het gerust aan. Veel mensen weten niet dat het bestaat, of denken dat het alleen voor anderen is. Het kost je een telefoontje of een formulier, en dan weet je wat mogelijk is.
Parkeerkaarten en andere praktische hulp
Als degene voor wie je zorgt slecht ter been is, kan een gehandicaptenparkeerkaart het leven makkelijker maken. Die vraag je aan via de gemeente, en de voorwaarden bepaalt de gemeente. Informatie vind je ook op rijksoverheid.nl. Een parkeerplek dicht bij de ingang scheelt elke keer als je met iemand op pad gaat die niet ver kan lopen.
Daarnaast zijn er soms vrijwilligers die ritten verzorgen. Denk aan een plaatselijke vervoersdienst of een buurtinitiatief. Het loont om rond te vragen, bij de gemeente, de huisarts of een steunpunt voor mantelzorgers. Zulke hulp is er niet overal en niet voor alles, maar als er iets is, bespaart het jou veel rijden.
Veel gemeenten hebben ook een mantelzorgsteunpunt waar je terechtkunt met vragen. Daar kunnen ze vertellen welke regelingen er in jouw gemeente bestaan.
Kosten delen met familie
Zorg verdelen in de familie is lastig, en geld verdelen ook. Toch is het goed om het te bespreken. Anders draagt één kind de auto, de benzine en de tijd, terwijl de anderen het niet merken.
Een paar dingen die helpen:
- Schrijf op wat de zorgritten kosten, niet wat ze waard zijn. Dan heeft iedereen hetzelfde overzicht.
- Spreek af wie wat bijdraagt. Dat hoeft niet gelijk te zijn. Iemand die ver weg woont, kan geld bijdragen, iemand die dichtbij woont, tijd.
- Kijk of je ouder of naaste zelf een deel kan bijdragen aan de ritten.
- Praat erover als het een keer niet loopt. Een afspraak die niet meer klopt, mag worden aangepast.
Voor de fiscale kant, zoals aftrek van kosten, kijk je bij de Belastingdienst. Wat er mogelijk is, hangt af van je situatie, en daar maken we hier geen uitspraken over.
Houden of anders regelen
Na het overzicht kom je uit bij een keuze. Als de auto vooral wordt gebruikt voor zorg die niet anders kan, en de kosten voor jou te dragen zijn, dan is houden een prima antwoord. Vaak zijn mensen blij met de flexibiliteit.
Blijkt dat het meeste kan via de gemeente, vrijwilligers of familie, dan hoef je je auto minder te gebruiken. Dan kun je overwegen of je met één auto toe kunt, of misschien zelfs zonder, met af en toe een geleende of gehuurde auto. De rekenhulp houden of verkopen kan je daarbij helpen.
Er is geen goed of fout antwoord. Wat telt is dat je het besluit neemt op basis van wat je werkelijk doet, en niet uit schuldgevoel. Een mantelzorger die zichzelf uitput om een auto te houden waar hij zelf geen baat bij heeft, helpt niemand.
Als de auto van je ouder is
Soms gaat het niet om jouw auto maar om die van degene voor wie je zorgt. Rijdt je ouder niet meer, dan staat die auto stil en kost hij geld. Hoe je dat aanpakt, lees je bij de auto van je ouders verkopen.
Als je zelf een auto wilt verkopen
Wil je jouw eigen auto verkopen omdat de zorg anders wordt of je hem minder nodig hebt? Dan kun je een bod aanvragen. Het is gratis en vrijblijvend, en je beslist zelf of het bod past.
Veelgestelde vragen
Kan de gemeente vervoer regelen voor mijn ouder?
Vaak wel, via de Wmo. Wat er beschikbaar is, verschilt per gemeente. Neem contact op met de gemeente of kijk op rijksoverheid.nl voor uitleg.
Hoe vraag ik een gehandicaptenparkeerkaart aan?
Via de gemeente. Zij bepalen de voorwaarden en de procedure. Op rijksoverheid.nl vind je meer informatie.
Wie betaalt de kosten van zorgritten met mijn auto?
Dat spreek je af. Je kunt de kosten delen met familie, of je ouder laat een deel bijdragen. Maak een overzicht zodat iedereen hetzelfde ziet.
Is er hulp voor mantelzorgers?
Veel gemeenten hebben een steunpunt voor mantelzorgers. Daar kun je terecht met vragen over regelingen, vervoer en ontlasting.
Moet ik mijn auto houden als ik mantelzorger ben?
Niet per se. Kijk hoeveel zorgritten er echt van je auto afhangen en wat de auto kost. Soms is een alternatief voldoende, soms is houden de beste keuze.
Kan ik fiscaal iets aftrekken?
Dat hangt af van je situatie. Kijk bij de Belastingdienst voor wat er voor jou geldt.
