Vraag aan iemand hoe vaak hij zijn auto gebruikt en je krijgt een antwoord uit het hoofd: “bijna elke dag”, “alleen in het weekend”, “eigenlijk best weinig”. Zelden klopt dat precies. We onthouden de ritten die opvallen en vergeten de korte kruimelritjes ertussen.
Wil je weten of je de auto echt nodig hebt, dan helpt één ding: een maand lang opschrijven. Het kost weinig tijd per dag en het levert een eerlijker beeld op dan welke schatting ook.
Waarom een logboek beter werkt dan je gevoel
Je geheugen geeft een scheef beeld. De rit naar de camping blijft hangen, de twintig ritten naar de supermarkt niet. Daardoor onderschatten veel mensen hoe vaak ze rijden, of overschatten ze hoeveel van die ritten echt niet anders kunnen.
Een logboek maakt het concreet. Je ziet hoeveel ritten het zijn, hoe lang ze duren en waarvoor je ze maakt. Dat is de basis voor elke beslissing over houden of verkopen.
Bovendien is een maand lang genoeg om patronen te zien. Eén week kan toevallig rustig of druk zijn. Een hele maand bevat het werk, het weekend, de sport en een of twee uitzonderingen.
Wat je bijhoudt
Hou het eenvoudig. Hoe meer velden je invult, hoe sneller je ermee ophoudt. Voor elke rit schrijf je op:
- de datum
- waarvoor je reed: werk, boodschappen, sport, bezoek, anders
- ongeveer hoeveel kilometer het was
- of je alleen reed of met anderen
- of er een alternatief was, en zo ja welk
Het laatste veld is het belangrijkste, maar vul je het pas in aan het eind van de dag. Dan weet je beter of de fiets of het OV had kunnen werken, in plaats van het in het moment te beoordelen.
Gebruik de notitie-app op je telefoon, een papieren schrift in het dashboardkastje of een spreadsheet. De kilometers kun je aflezen van de teller: noteer de stand aan het begin en einde van de maand, en tussendoor per rit een schatting.
Voorbeeldtabel
Zo kan het eruitzien. De getallen zijn verzonnen en dienen alleen als illustratie.
| Datum | Doel | Km | Met wie | Alternatief |
|---|---|---|---|---|
| ma 3 | Werk heen en terug | 30 | alleen | trein, bus aan het eind |
| di 4 | Supermarkt | 4 | alleen | fiets |
| wo 5 | Sport kind | 12 | met kind | fiets, wel lang |
| za 8 | Bezoek familie | 90 | met gezin | trein, omslachtig |
| zo 9 | Boodschappen groot | 8 | alleen | bakfiets of bezorgen |
Zo’n tabel hoeft geen kunstwerk te zijn. Het gaat erom dat je na een maand een rij ritten hebt met telkens dezelfde informatie.
Hoe beoordeel je de ritten
Als de maand om is, loop je de lijst door en deel je elke rit in een van vier groepen.
- Moet met de auto. Je hebt bagage, passagiers die niet anders kunnen, of er is geen alternatief.
- Kan anders, maar het kost moeite. Denk aan OV met overstappen of een fietsroute die lang is.
- Kan anders zonder veel moeite. Bijvoorbeeld de fiets voor een korte rit.
- Had je kunnen laten. Soms blijkt dat je een rit maakte uit gewoonte.
Tel de ritten per groep. Zit het merendeel in groep 1, dan heb je de auto waarschijnlijk echt nodig. Zit het in groep 2 en 3, dan is er ruimte.
Kijk daarnaast naar de kilometers. Een paar lange ritten kunnen veel kilometers opleveren terwijl de auto dagelijks stilstaat. Misschien past dan een auto lenen of huren voor die momenten beter dan er één houden.
Van ritten naar euro’s
Een logboek wordt pas echt nuttig als je het naast je kosten legt. Gebruik de rekenhulp voor maandkosten om te zien wat je auto per maand kost, inclusief afschrijving, verzekering en onderhoud. Deel dat door het aantal ritten of kilometers en je ziet wat een gemiddelde rit je kost.
Een rekenvoorbeeld met fictieve getallen. Stel dat de auto per maand een rond bedrag kost en je maakt in die maand twintig ritten. Dan is elke rit een vijfentwintigste van dat bedrag, ook als hij maar tien minuten duurt. Vergelijk dat met wat een fietsrit, een treinkaartje of een huurauto kost voor dezelfde afstand.
Dan weet je ook of die boodschappenrit van vier kilometer meer kost dan je dacht. De uitkomst verrast mensen vaak.
Wat je daarna doet
Er zijn grofweg drie uitkomsten.
De auto is nodig. Dan weet je waarvoor, en kun je kijken of een goedkopere of zuinigere auto past bij hoe je rijdt.
De auto is half nodig. Dan kun je experimenteren met minder rijden. Neem een maand lang de fiets of het OV voor de ritten in groep 2 en 3, en kijk hoe het bevalt.
De auto is nauwelijks nodig. Dan is verkopen een serieuze optie. De rekenhulp voor houden of verkopen laat zien wat dat financieel betekent.
Besluit je dat de auto weg mag, dan kun je een bod aanvragen bij eerlijkbod. Het is gratis en vrijblijvend, en jij beslist.
Veelgestelde vragen
Waarom een maand en niet een week?
Eén week kan toevallig afwijken. Een maand bevat werkdagen, weekenden en uitzonderingen, zodat je een eerlijker beeld krijgt van hoe je de auto gebruikt.
Moet ik elke rit noteren, ook de korte?
Ja, juist die. Korte ritten zijn vaak de ritten die het makkelijkst anders kunnen, en je vergeet ze snel.
Hoe nauwkeurig moeten de kilometers zijn?
Een schatting is genoeg. Lees de tellerstand af aan het begin en einde van de maand, dan klopt het totaal.
Wat als ik in die maand op vakantie ga?
Noteer de vakantierit ook, maar beoordeel hem apart. Een grote rit zegt weinig over je dagelijkse gebruik.
Kan ik het logboek ook gebruiken als ik een auto wil kopen?
Zeker. Je ziet hoeveel kilometers je rijdt, met hoeveel mensen en welke bagage. Dat helpt bij het kiezen van het juiste type auto.
