Soms past een gewone auto niet meer. Door een beperking of een ziekte lukt instappen niet meer, of kun je de pedalen niet meer bedienen, of heb je een rolstoel die in de auto moet. Dan is een aangepaste auto geen luxe maar een voorwaarde om mee te blijven doen. De vraag is dan hoe je dat regelt en wie wat betaalt.
In Nederland loopt dat voor een deel via de Wmo, de Wet maatschappelijke ondersteuning. Hier lees je hoe dat in grote lijnen werkt, en waar je de actuele regels vindt.
Wat de Wmo is
De Wmo is een wet die gemeenten verplicht om mensen met een beperking te ondersteunen, zodat ze zelfstandig kunnen blijven meedoen. Dat kan gaan om hulp thuis, aanpassingen in huis en vervoer. Per gemeente zijn de regels en de uitvoering net iets anders, omdat de gemeente het beleid zelf invult.
Vervoer is een onderdeel. Iemand die door een beperking niet of nauwelijks zelf kan reizen, kan in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening. Dat kan een collectief vervoer zijn, een scootmobiel of in sommige gevallen een bijdrage voor een aangepaste auto. Wat er in jouw geval mogelijk is, hangt af van je situatie en van het beleid van je gemeente.
De Rijksoverheid legt uit wat de Wmo inhoudt en waar je terecht kunt. De precieze voorwaarden, bedragen en procedure vind je bij je eigen gemeente.
Een aanvraag begint bij de gemeente
Je dient een aanvraag in bij de gemeente waar je woont. Dat doe je meestal via een loket of een website, vaak eerst met een gesprek. Een medewerker bekijkt wat je nodig hebt en wat je zelf kunt oplossen. Dit heet een keukentafelgesprek of een onderzoek naar je situatie.
Bereid dat gesprek voor. Beschrijf concreet wat er niet meer lukt en in welke situaties: boodschappen, werk, bezoek aan familie, medische afspraken. Hoe duidelijker je laat zien wat je nodig hebt, hoe beter de gemeente kan beoordelen wat een passende voorziening is.
Hoe lang een aanvraag duurt, verschilt per gemeente en per situatie. Vraag bij je gemeente wat je kunt verwachten, en dien de aanvraag in voor je een auto koopt of laat aanpassen. Een aanpassing die je al hebt betaald, wordt niet altijd achteraf vergoed.
Welke aanpassingen er zijn
Er zijn veel manieren om een auto aan te passen. Denk aan een handbediening voor gas en rem, een draaibare stoel, een lift of oprijplaat voor een rolstoel, een verlaagde vloer of een aangepast stuur. Wat past, hangt af van je beperking, je lichaam en je gebruik.
Laat je adviseren door een erkend aanpassingsbedrijf of een adviseur die ervaring heeft met jouw situatie. Dat voorkomt dat je een aanpassing laat inbouwen die op papier goed lijkt maar in de praktijk niet prettig is. Probeer waar mogelijk een aanpassing uit voor je beslist.
Bij het kopen van een aangepaste auto kun je kiezen voor een nieuwe of een tweedehands auto die al is aangepast. Een tweedehands optie kan voordeliger zijn, maar controleer dan of de aanpassing werkt, goed is ingebouwd en bij jou past. Laat het zo nodig keuren.
Rijgeschiktheid en het CBR
Wie met een beperking autorijdt, moet kunnen aantonen dat hij veilig kan rijden. Het CBR beoordeelt of je medisch gezien geschikt bent voor het besturen van een auto. Soms is een onderzoek nodig, en soms een aangepaste rijtest of een beperking op je rijbewijs, bijvoorbeeld voor het gebruik van een aangepaste auto.
Heb je een aandoening die invloed kan hebben op je rijvaardigheid, dan ben je verplicht dat te melden. Hoe dat werkt, wat de procedure is en welke gegevens het CBR nodig heeft, staat op de site van het CBR. Begin daar vroeg mee, want zonder geschiktheid heeft een aangepaste auto weinig zin.
Het rijbewijs kan na aanpassing een code bevatten die aangeeft welke aanpassing je nodig hebt. Rijd je met een auto die niet voldoet aan die voorwaarden, dan rijd je niet in overeenstemming met je rijbewijs. Houd je daaraan.
Kosten en vergoeding
Of en hoeveel de gemeente bijdraagt, verschilt. Soms is er een vergoeding voor aanpassingen, soms een bijdrage in de kosten van vervoer, soms een andere voorziening zoals een taxi-abonnement. Ook een eigen bijdrage kan van toepassing zijn. Welke bedragen gelden, hoor je van je gemeente, want die veranderen en verschillen per plaats.
Houd er rekening mee dat een vergoeding niet automatisch de hele auto dekt. Vaak gaat het om de aanpassing, en niet om de aanschaf van de auto zelf. Reken dus door wat je zelf moet bijdragen. Met de rekenhulp wat kost je auto per maand krijg je een beeld van de maandlasten.
Als autorijden niet meer gaat
Soms is een aangepaste auto niet meer de oplossing en is stoppen met autorijden het eerlijke antwoord. Dat is een ingrijpende beslissing en je hoeft haar niet alleen te nemen. Op stoppen met autorijden lees je meer over dat moment en wat erbij komt kijken.
Ook dan is er vervoer te regelen. Vraag bij de gemeente naar de mogelijkheden voor collectief vervoer en andere voorzieningen. Een beslissing om te stoppen is geen verlies van zelfstandigheid als er een goed alternatief is.
Je oude auto
Als je overstapt op een aangepaste auto, heb je misschien nog een auto die je niet meer gebruikt. Wil je weten wat die oplevert, dan kun je een bod aanvragen. Je begint met je kenteken, het is gratis en vrijblijvend, en je beslist zelf.
Veelgestelde vragen
Wat is de Wmo?
De Wet maatschappelijke ondersteuning verplicht gemeenten om mensen met een beperking te helpen om zelfstandig mee te blijven doen, bijvoorbeeld met vervoer.
Waar vraag ik een vervoersvoorziening aan?
Bij de gemeente waar je woont. Zij beoordelen wat je nodig hebt en wat mogelijk is.
Betaalt de gemeente een aangepaste auto?
Dat verschilt per gemeente en per situatie. Vaak gaat het om een bijdrage in aanpassingen of vervoer. Vraag het aan je gemeente.
Heb ik een keuring van het CBR nodig?
Bij bepaalde aandoeningen wel. Het CBR beoordeelt je rijgeschiktheid. Kijk op cbr.nl voor de procedure.
Moet ik de aanvraag doen voordat ik de auto koop?
Ja, doe dat altijd eerst. Een aanpassing die al betaald is, wordt niet altijd achteraf vergoed.
Kan ik mijn oude auto verkopen als ik een aangepaste auto krijg?
Ja. Bij eerlijkbod vraag je gratis en vrijblijvend een bod aan met je kenteken.
